Zo word je online oplichter

Zo word je online oplichter

‘Alle volgers leefden met haar mee op Facebook. Eerst overleed haar vader, toen werd K. ernstig ziek, ze leed aan een zeldzame ziekte. Elke dag stuurde ze een update hoe ze ervoor stond’, vertelt een kennis. ‘Na een paar weken bleek ze een behandeling te hebben gevonden in Amerika, waarvoor ze geld nodig had. Eerder zamelde ze altijd geld in voor goede doelen, nu deed haar zus, vanaf haar account een beroep op ons – K. was te ziek, schreef ze.’

Niet pluis

‘We hadden bewondering voor hoe ze de moed erin probeerde te houden. Maar opeens voelde het niet pluis,’ vertelt de kennis. ‘Het was wel érg veel wat ze voor haar kiezen had gehad, het klonk bijna te zielig… En het geld moesten we storten op een rekening met een heel andere naam dan K.’ Na een beetje speuren ontdekte de kennis dat er inderdaad geen bal van klopte. K. bestond niet. De invoelende volgers die wél hadden gedoneerd, bleken hun geld kwijt. Oplichting. De kennis had er een nacht niet van geslapen, zo geduldig en geraffineerd was de online oplichter te werk gegaan.

Meer slachtoffers

Het aantal mensen dat slachtoffer wordt van cybercrime neemt toe: 13% van de Nederlanders heeft er volgens het CBS mee te maken gehad. Bij cybercrimedelicten gaat het om hacken, koopfraude en cyberpesten. Mannen en vrouwen zijn ongeveer even vaak slachtoffer, maar vrouwen hebben vaker last van stalken (een vorm van cyberpesten). Het aantal Nederlanders dat aangifte en melding doet van cybercrime is hetzelfde gebleven als voorgaande jaren.

Jongeren vaker slachtoffer

Jongeren zijn váker slachtoffer van cybercrime dan ouderen. Van de 15-25-jarigen had bijna 18% ermee te maken, ten opzichte van 7% van de 65-plussers. Terwijl je misschien zou verwachten dat de digibete oudjes de Sjaak zouden zijn! Jongeren zijn ook het vaakst slachtoffer van cyberpesten. In totaal zijn 1,2 miljoen (!) Nederlanders slachtoffer van cybercrime.

Leer online oplichten!

Daarom ben ik benieuwd naar de documentaire Bait (4x op NPO3 vanaf donderdag 14 januari om 21.00 uur). De maker lokt de internetoplichters zélf in de val in de serie. Met precies dezelfde trucs als die van de cybercriminelen zelf. Kortom: mooie docu om met jongeren te kijken. Natuurlijk niet om ze te laten zien hoe ze zelf de cybercriminaliteit kunnen inrollen… Maar om ze te leren doorhebben wanneer iemand je een rad voor de ogen draait en hoe dat in z’n werk gaat. Zoals mijn kennis overkwam. Die hoeft de documentaire alvast níet meer te kijken…

Het beeld bij deze blog is een still uit de Documentaire Bait van Anthony van der Meer, PowNed.

 

In je up online partyend 2021 in…

In je up online partyend 2021 in…

Of ik zin had om in de feeststemming te komen, vroeg een vriendin. Nou, nadat ik de geplande museumbezoeken met ons gezin in rook zag opgaan door de nieuwe lockdown en bovendien de al eerder uitgestelde theatervoorstelling wederom werd afgezegd, leek me dat een fijn plan.

Dus hop: feestelijke blouse aan, m’n voor deze keer niet afgebeten nagels gelakt, lippenstift op en gaan. Glaasje in de hand, inloggen maar! Daar stonden we voor het beeldscherm in haar woonkamer. De zangeres en een top-orkest deden hun best om ons mee te laten swingen op jazzy sounds. Na elk liedje… was het stil. Geen applaus, geen gejuich, geen gefluit. Wij probeerden het wel hoor, maar het echode een beetje in de woonkamer als we een uitzinnige kreet slaakten. Een meekwelen voelde opeens erg intiem met slechts twee iele stemmetjes.

Een feestje met z’n 2-en

Na de voorstelling waren we onder de indruk van het stemgeluid van de zangeres en galmden de liedjes nog na in ons hoofd. Maar we voelden ons toch minder opgetogen en voldaan dan we stiekem allebei hadden gehoopt.

En dat zit ‘m er toch in dat je met zijn tweetjes (volgens RIVM-coronaproofregels) in een huiskamer een ‘feestje’ probeert te bouwen. En dat je wéér naar een scherm staart.

Urkse jeugd

Mijn wenkbrauwen schoten daarom omhoog, toen ik vernam dat Urk (en ook de overheid) een online party organiseert voor de jeugd. Na diverse rellen en gedoe met zwaar vuurwerk waar zelfs de ME aan te pas kwam, bedacht de gemeente een eindejaarsfeest. Want: ‘de jeugd verveelt zich’. Op zich goed dat de gemeente jongeren tijdens de jaarwisseling een alternatief wil bieden. Overigens wel met de opmerking dat je bij voorkeur alleen borrelt en danst. Of met 1 vriend(in).

Stiekem vraag ik me af: hoe ga je als puber helemaal los in je up, in je slaapkamertje, starend naar je beeldscherm? Hoe ziet rondhossen er dan uit als de klok 12 heeft geslagen? Ik ben een beetje bang dat jongeren zich misschien nog eenzamer voelen dan ze al waren. Vanaf een plat beeld slaat het allemaal een beetje dood, ben ik bang.

Party’en met ‘n schuin oog op Netflix

Het ‘eindejaarsfeest’ stel ik me als volgt voor. De jongeren die minder geneigd zijn de straat op te gaan en illegaal vuurwerk af te steken, hangen in hun bed met een schuin oog kijkend naar het online feest op de laptop, onderwijl half een Netflix-serie volgend op een tablet en intussen whatsappend met hun smartfoon in de hand. Ze kijken al uit naar morgen. Dan is het goddank allemaal voorbij.

Jongeren die vaker rondhangen op straat en wat meer, laten we zeggen, uitdagingen willen aangaan, zitten niet op hun kamertje. Ze hebben zich ook niet van tevoren ingeschreven voor het eindejaarsfeest, dat een maximaal aantal deelnemers (200) toelaat. Dus toch op het laatste moment kiezen voor zo’n verstandig online alternatief is er niet bij. Het is saai thuis of er is ruzie, dat kan ook. Na wat heen en weer appen of een check op Insta, is duidelijk dat die en die wél buiten iets leuks gaan doen. Wat zou jij doen?

Gamen in de gymzaal

Misschien had de gemeente, in plaats van een online partijtje, kunnen kijken naar een incidenteel coronaproof evenement en een tijdelijke ontheffing van de max. 2 mensenregel. Misschien een game-marathon – en dan met een coole, nieuw uitgebrachte game alsjeblieft – op 1.5m afstand van elkaar, maar wel in dezelfde ruimte. Een goed geventileerde gymzaal bijvoorbeeld. Surveillanten lopen rond zodat coronaproof is gegarandeerd – dat kost geld, maar is goedkoper dan boa’s en politie de straat op sturen. Iedereen een ontsmette koptelefoon op, bij binnenkomst krijg je drie drankjes en een versnapering mee, en lekker tegen elkaar praten in de headset. Én met zicht op elkaar: zien wie “Yess! Yess!!” roept of wie gekilled wordt en een akelig Engels scheldwoord schreeuwt.

Zit je niet moederziel alleen op je kamertje, word je wel lekker vrolijk van, heb je toch contact met je leeftijdgenoten, is het ook rustig op straat. Iemand nog andere voorstellen voordat het 31 december wordt?

 

Mes op zak? Dubbel gestraft

Mes op zak? Dubbel gestraft

30 uur werkstraf? Nee, maar liefst 60 (!) uur, krijgen minderjarigen met een verboden mes op zak in Amsterdam. Dat is het dubbele in vergelijking met andere gemeenten. Of ze krijgen (ook nog) jeugddetentie, vertelt een Amsterdamse rechter bij AT5 op zondag 6 december ’20. Als een mes (bijvoorbeeld een machete) ook nog is gebruikt, kan de straf voor minderjarigen verder oplopen.

Fully Op Gevaar

Rechters straffen strenger in Amsterdam, mede als gevolg van drillrappers, die het bezit en gebruik van wapens normaal vinden. Drillrapgroepen als Kikkensteinbende (Zuidoost), FOG (Fully Op Gevaar – Zuidoost, waar Jay-Ronne Grootfaam bij hoorde. Deze drillrapper, ook bekend als RS of TrappyDemon werd op 20-jarige leeftijd met een kapmes om het leven gebracht in 2019) en 73 De Pijp laten in hun raps horen dat ze niet bang zien en niet met zich laten sollen. Met bivakmutsen op en steekwapens in de hand verheerlijken ze het imago van geweld en doen alsof jongeren veiliger zijn met wapen.

Rechtsongelijkheid?

Goede ontwikkeling of leidt het tot rechtsongelijkheid als je in bepaalde gemeenten als jongere een dubbel zo zware straf krijgt? Of moeten straffen voor wapenbezit en -gebruik sowieso omhoog, om jongeren af te schrikken? In onze sessie Drillrap gaan we daar verder op in, maar deze actualiteit is voer om verder na te denken over wat werkt – preventief.

Prefrontale cortex stimuleren tegen recidive

Prefrontale cortex stimuleren tegen recidive

Gevangenisverblijf kan juist leiden tot méér recidive, denkt neuropsycholoog Jesse Meijers. Dat komt doordat het vaak een verwaarloosde, prikkelarme omgeving is. En dat is niet erg stimulerend voor het brein – met name niet voor de prefrontale cortex. Als Risiscoop zien we daardoor juist een extra risico voor jongvolwassenen die in detentie belanden, omdat het brein nog ‘rijpt’ tot ongeveer 25 jaar.

Een minder goed werkende prefrontale cortex houdt verband met crimineel en gewelddadig gedrag, is bekend uit divers onderzoek (Meta-analyse Stewart, Chan & Shum, 2011). De prefrontale cortex is betrokken bij plannen, sociaal gedrag, beslissingen nemen en impulsbeheersing. Dit positieve verband heet ook wel de Prefrontal deficit theory . Maar het is níet zo dat je met een hersenscan kunt voorspellen of iemand zich antisociaal gaat gedragen.

Gevangenis sust brein in slaap

Slecht kunnen plannen is ook gerelateerd aan recidive. Interessant is dat uit recent onderzoek (Meijers, 2018*) blijkt dat een verblijf in detentie na drie maanden leidt tot een afname van zelfcontrole en concentratievermogen. Hij mat dit bij gemiddeld 30-jarige mannen met een gemiddeld IQ van 90. Gevangenisverblijf verbetert de executieve functies van gedetineerden dus niet, terwijl dit juist belangrijk is bij het voorkomen van recidive. Wil je werk en een woning vinden, dan zul je immers besluiten moeten nemen en kunnen organiseren.

Te weinig beweging

Meijers stelt dan ook dat de verwaarloosde, prikkelarme omgeving van gevangenisverblijven tot een afname van de executieve functies leidt. Ze bewegen te weinig (de 30-minuten beweegnorm halen ze veelal niet), ze mogen niet autonoom besluiten nemen en krijgen geen mentale uitdaging door werk op niveau of stimulans om bijvoorbeeld te lezen of leren.

Mentaal uitdagen

Als delinquenten van tussen de 16 en 25 in volwassen detentie belanden – terwijl bekend is dat hun prefrontale cortex nog niet is ‘gerijpt’ – kan een prikkelarm verblijf desastreuze gevolgen hebben voor de toekomst, vrezen we als Risiscoop. Ook voor JJI’s zouden we aan de hand van deze bevindingen adviseren niet alleen in te zetten op behandeling, maar ook op: mentale uitdaging.

*Proefschrift Do not restrain the prisoner’s brain, Jesse Meijer (2018)

Top 600: 56% LVB+trauma

Top 600: 56% LVB+trauma

Meer dan 50 % van de Top 600-jongeren heeft een licht verstandelijke beperking (LVB), constateert Menno Segeren in zijn promotieonderzoek Caught in Adversity (2020). De Top 600-jongeren krijgen een intensieve begeleiding met straf én zorg, een aanpak in Amsterdam. Overigens bestaan er in andere gemeenten soortgelijkeTop X-aanpakken.

Ouder in detentie

Veelplegers met en zonder LVB groeien veelal op in grote, instabiele multiprobleemgezinnen. Veelplegers hebben vaak te maken met het missen van een ouder door sterfte of met (tijdelijke) afwezigheid van een ouder vanwege gevangenisstraf en maakten in hun omgeving dikwijls mishandeling, huiselijk geweld en verwaarlozing mee. Deze bevindingen van Segeren kennen we uit andere, internationale onderzoeken naar de relatie tussen traumatische ervaringen in de jeugd en criminaliteit.

Weinig zelfredzaam

Hoe meer traumatische jeugdervaringen veelplegers meemaken, hoe meer problemen rond zelfredzaamheid op latere leeftijd, zag Segeren ook. Veelplegers hebben te maken met middelenmisbruik, verslaving, persoonlijkheidsstoornissen en gebrekkige impulscontrole. Jonge gewelddadige veelplegers met een LVB laten al op jonge leeftijd (onder de 12 jaar) vaker probleemgedrag zien dan veelplegers zonder LVB.

Doorgaan als volwassene

Segeren onderzocht ook persisterende veelplegers: die in hun volwassen leven, ook na detentie doorgaan met criminele activiteiten. Hij ziet dat 9 van de 10 ex-gedetineerden opnieuw de fout ingaan. De meeste delicten worden gepleegd in het eerste jaar nadat iemand vrijkomt. Tegelijk ziet de onderzoeker bij deze ex-gedetineerden dat zij dikwijls alleenstaand zijn, niet over een startkwalificatie beschikken en geen werk vinden, last hebben van een narcistische persoonlijkheidsstoornis en van problematisch middelenmisbruik. Voor deze groep lijkt detentie niet voldoende afschrikwekkend, concludeert hij dan ook.

Advies

Uit de resultaten komt wat Risiscoop betreft naar voren hoe belangrijk vroege preventie en interventie is bij probleemgedrag, hoe cruciaal signaleren van huiselijk geweld en andere Adverse Child Experiences (ACE’s) is en dat de jongeren met een LVB een andere of aangepaste behandeling nodig hebben.

De afbeelding hierboven is een deel van de cover van het proefschrift ‘Caught in Adversity. The development, persistence and escalation of criminal behavior from a public mental health care perspective’ van Menno Willem Segeren.

Ruzie om de boodschappen

Ruzie om de boodschappen

‘Jij wilde hem in huis nemen. Dan moet jij ook maar zijn eten en clubjes betalen.’ Woorden van een moeder. Een gekwetste moeder, waarschijnlijk. Die uit teleurstelling, verdriet en boosheid om de uithuisplaatsing van haar zestienjarige zoon Lesley vindt dat haar zus maar moet opdraaien voor de kosten.

Moeder wilde immers niet dat Lesley uit huis werd geplaatst. En haar zus wilde toch zo graag meewerken aan de (crisis)netwerkplaatsing? Kan moeder er iets aan doen dat zus van een bijstand leeft en zonder Lesley al nauwelijks rondkomt?

Breed

Dus is er geld tekort. Aangezien Lesley eerder werd aangehouden omdat hij een diefstal pleegde, kun je spreken van een risicosituatie. Want hij is ook een sociale jongen, die ziet dat z’n tante het niet breed heeft. En daar graag iets aan doet. Alleen lukt het steeds niet zo met een bijbaantje (en spijbelen is ook een probleem).

Bijspringen

Je zou denken dat de betrokken jeugdhulpinstantie bijspringt. Juist omdat een vlotte netwerkplaatsing eerste keus is: in de eigen omgeving en goedkoper dan andere (crisis)opvang. Maar dat gebeurt niet meteen. En ondertussen lopen de kosten op. Waarom stelt de pleegzorginstantie niet snel een overbruggingspotje in voor de crisis-uithuisplaatsing? Of krijgt die dan verantwoordingsproblemen?

Doos met boodschappen

De betrokken ambulante hulpverlener lost het voor de komende dagen op. Hij haalt op eigen kosten boodschappen bij de supermarkt en levert een doos met boodschappen af bij Lesley en zijn tante.

Dat is fijn voor deze week. Maar hoe gaat het verder? En wat doet het met Lesley? De hulpverlening vindt de thuissituatie bij moeder niet bevorderlijk voor zijn ontwikkeling. Als dat zo is, is het goed dat hij een andere kans krijgt.

Structurele oplossing?

Toch lijkt de hulp zo, in toch al een stressvolle situatie, éxtra zorgen op te leveren voor Lesley. Bovendien kun je je afvragen of hij er zo op termijn niet een probleem bij krijgt: een loyaliteitsprobleem richting zowel zijn moeder (toch zijn moeder) en zijn tante (die hem liefhebbend wil opvangen), die over zijn rug een (financiële en wie weet nog wel oudere familie-) vete uitvechten.

Hoe zou Lesley tegen deze hulp aankijken?

Lesley’s naam is om privacyredenen gefingeerd